indocalamus tesselatusOverige bamboe

Op deze pagina beschrijf ik een paar soorten bamboe die niet behoren tot de grotere geslachten Phyllostachys, Fargesia of Pleioblastus.

Chusquea

Chusquea is een geslacht van bamboe's afkomstig uit Midden- en Zuid Amerika. Chusquea culeou is dichtbebladerd, polvormend en maximaal zes meter hoog. De kleine blaadjes vormen kenmerkende vosstenstaarten.

Hibanobambusa

Hibanobambusa tranquillans 'Shiroshima' is een grootbladige, bonte bamboe, afkomstig uit Japan. De relatief grote bladeren zijn voorzien van smalle en brede lengtestrepen in de kleuren donkergroen, lichtgroen, geelgroen en wit. Ook in de winter houdt deze soort de kleuren goed vast. Deze bamboe groeit struikvormig uit tot een hoogte van 2 tot 3 meter.

Indocalamus

Indocalamus is een geslacht van grootbladige bamboe's met een zeer tropische look

Indocalamus hamadae (2009). Volgens Michael Bell de bamboe met de grootste bladeren van alle gematigde bamboes - soms tot 60 cm lang. Groeit redelijk rechtop en kan 5 meter hoog worden.

Indocalamus latifolius (2010). Tot 2 meter hoog met tot 40 cm lange, donkergroene bladeren.

Indocalamus tesselatus (2006). De bladen van deze vrij bijzondere, kleine soort zijn zeer lang en breed (zie foto). Ze kunnen vijftig centimeter lang worden, waardoor de stengels soms onder het gewicht ervan kunnen ombuigen. Het laatste is vooral het geval in winters met sneeuw. De plant is het geschiktst voor een voldoende vochtige plaats in de halfschaduw op een tegen harde wind beschutte plaats. Onder goede omstandigheden bereikt deze bamboe een hoogte van twee meter. Matige wandelaar. 

pseudosasa japonicaPseudosasa

Pseudosasa japonica (2006) is een goed winterharde soort uit Japan. Het is een tot 5 meter hoge bamboe met groot, donkergroen blad en kaarsrechte stengels. Wordt wel 'pijlbamboe' genoemd omdat er vroeger pijlen van gemaakt werden naar het schijnt. Wordt veel aangeboden in gewone tuincentra en kan behoorlijk woekeren.

Sasa

Sasa is een geslacht van dwergbamboes met groot blad. De meeste soorten hebben een uitgesproken tropische look maar woekeren sterk! Gebruik altijd wortelbegrenzer en houdt de uitlopers in de gaten.

Sasa palmata (2006) wordt twee tot drie meter hoog en is zeer winterhard. Heeft een zeer groot donkergroen blad (25-30 cm lang) dat ook breed is (tot 8 cm). De bladeren zijn palmachtig geplaatst, vandaar de naam. De jonge scheuten verschijnen al in april-mei en zijn sterk bepoederd. De plant woekert flink en moet worden begrensd en gecontroleerd.

Sasa palmata kan redelijk wat schaduw verdragen. De bladeren kunnen in de winterschade oplopen door vorst en wind. De plant kan dan worden teruggesnoeid op bijvoorbeeld een halve meter zodat de nieuwe scheuten de oude overgroeien.

Sasa tsuboiana (2009) heeft tot 25 cm lang groen blad en blijft laag, tot ongeveer 150 cm. Kan prima in de schaduw van bomen. Tsuboiana woekert minder dan andere sasa's maar moet toch binnen de perken gehouden worden.

Semiarundinaria

Semiarundinaria fastuosa  (2006) is een bamboe met vrij dikke, stijf rechtopgaande halmen, korte zijtakken en vrij groot blad. De witte schutbladen aan de jonge halmen blijven lang zitten. Deze bamboe woekert matig maar kan soms een enorme uitloper maken. De halmen kunnen in de zon naar purper verkleuren. De soort kan tussen 5 en 8 meter hoog worden en is goed winterhard. Semiarundinaria 'Viridis' heeft diepgroene halmen en kleiner blad. Deze ondersoort blijft iets lager en is iets beter winterhard. Voor zon tot halfschaduw. Zelfs schaduw wordt redelijk verdragen. Vormt een dichte haag.

Yushania

Yushania maculata is een fraaie, middelgrote bamboe, 3-5 meter hoog. Blauwgrijze halmen en zeer spits en smal, glanzend blad. Groeit tamelijk rechtop. Oorspronkelijk afkomstig uit de bergen van de Chinese provincie Yunnan. De mijne komt uit Gorredijk. Bladschade in de winter van 2009/2010.

Omhoog