cyathea dealbataDecor

Bij een tropische sfeer hoort een weelderige begroeiing. Het is fraai om de palmen, bamboes en andere grote planten te voorzien van dichte onderbeplanting. Zeker in de zomer willen we geen onbegroeide zwarte grond zien!

Die ondergroei kan een grassoort of een lage bamboe zijn. Ook bladplanten of bloeiende vaste planten komen in aanmerking.

Een klimmer als hedera is ook een mooie bodembedekker onder een grote Phyllostachys.

In de ondergroei van de gematigde regenwouden in NZ en het zuiden van Oz nemen (boom-) varens een dominante plaats in.

De ponga (Cyathea dealbata) is de nationale plant van NZ. Deze boomvarens zijn, als ze wat groter worden, zeer tropo spectaculair. In NL kan Dicksonia antarctica worden toegepast. Heeft wel flinke winterbescherming nodig.

Een apart hoofdstuk vormen de Aronskelkachtigen. Deze planten onderscheiden zich door hun bloeiwijze. De bloemen zelf zijn onooglijk en zitten op een vlezige aar (spadix). Daaromheen groeit het schutblad (spatha) dat meer opvalt. Tot deze familie behoort een groot aantal planten dat zeer bruikbaar is voor de tropotuin in NL. Dat zijn de bekende aronskelken, maar ook bladplanten als Alocasia en Colocasia. Een categorie apart zijn de planten die door een aasgeur vliegen aan proberen te trekken, zoals Dracunculus, Amorphophallus, en Sauromatum.

Ik heb er zelf veel plezier in om onder de bomen en de bamboes en dergelijke een beetje te rommelen met dahlia's, Coleus, Bletilla, Nicotiniana, en andere halfwinterharde bloeiers. Hieronder staan nog een paar mogelijkheden beschreven.

Amorphophallus

De duivelstong, Amorphophallus rivieri (2009) is een freak uit de Aronskelkfamilie. Vormt een stinkende roze spadix (bloeiwijze) van ongeveer 50 cm hoog. Daarna volgt een groot, samengesteld blad. De knol niet laten bevriezen, door een dikke mulchlaag of door hem op te graven.

Arum

Arum italicum, Italiaanse aronskelk. Dit is een plant met tot 20 cm grote, pijlvormige bladeren die gemarmerd en donkergroenglanzend zijn. Merkwaardig is dat de bladeren verschijnen in de herfst en weer verdwijnen na de bloei in het voorjaar. De bloei is niet opvallend maar daarna verschijnen klompjes roodoranje bessen op stelen. De plant is mooi te combineren met varens of hosta's: die komen op als de arum afsterft en vice versa. De plant is in Nederland op sommige plaatsen verwilderd als 'stinzenplant' en is volkomen winterhard.

Aspidistra

Aspidistra eliator, slagersplant (2006) heeft grote, donkergroene bladeren. Deze zijn langgerekt lancetvormig of elliptisch van vorm, en kunnen tot 80cm hoog worden. Ze ontspringen rechtstreeks uit de kruipende wortelstok (rhizoom). De bloemen verschijnen op de grond, zijn klein en onbetekenend.

Aspidistra doet het goed in de schaduw op een niet te natte plek. De plant kan op beschutte plekken minstens 10 graden vorst verdragen. Mochten de bladeren alsnog vriesdrogen, dan loopt de plant in het voorjaar weer uit vanuit de wortelstok. De plant groeit vrij langzaam. Vermeerdering door delen van de wortelstok in het voorjaar.

Bergenia

Schoenlappersplant. Overbekende tuinplant die met zijn grote ronde, donkergroene bladeren geschikt is als ondergroei onder bijvoorbeeld bamboe. De plant bloeit in maart met witte of roze bloemen.

Farfugium

Farfugium japonicum is een bodembedekker voor halfschaduw met 10 cm grote, ronde, glanzende bladeren. Bloeit van oktober tot december met groepjes lichtgele ‘paarde-‘bloemen op 50 cm hoge stengels.

Hosta

Hartlelie. Bekende tuinplant met grote, eironde bladeren. er zijn veel verschillende hybriden met verschillende bladkleur en -grootte. Gemakkelijke plant, alleen de slakken zijn een probleem. Hosta's in potten zijn minder slakgevoelig. Daarbij ook onderhoudsvrij: in de schaduw kan een hosta in pot of kuip veel droogte verdragen (vaak is één maal water geven per week voldoende!) en hoeft niet jaarlijks verpot te worden. In de tropotuin passen de grote cultivars.

Liriope

Liriope muscari is een 30 cm hoog plantje met donkergroene, graspolachtige bladrozetten. Kan mooi in groepen als ondergroei worden toegepast. Lila bloeiaren.

Opuntia

Opuntia of schijfcactus is afkomstig uit Amerika. Er zijn veel soorten waaronder ook een paar winterharde. Echt: cactussen in NL in de volle grond! Ze zijn geschikt voor een droge, zanderige plek (meng stenen of grind door de grond).

Sauromatum

Sauromatum venosum of Voodoolelie (synoniem Typhonium venosum, 2009) is evenals bijvoorbeeld Arum en Dracunculus weer zo'n weird lid van de Aronskelkfamilie. De plant bloeit 'naakt' voor het blad uit met een stinkende bruine spatel. Daarna komr er een groot, groen, samengesteld blad op een gespikkelde steel. De 'Indian giant' (2009) is een variëteit die twee keer zo groot wordt schijnt het. Is vrijwel winterhard onder een mulchlaag.

Soleirolia

Slaapkamergeluk (Soleirolia soleirolii, 2009) is bekend als kamerplant maar ook geschikt als bodembedekker in de tuin, voor een beschaduwde plek. Het plantje woekert flink dus vormt een mooi groen tapijt en is redelijk winterhard. Er is ook een gele en een bonte cultivar.

pennisetumTropolaeum

T. majus is de gewone Oostindische Kers. Overbekende eenjarige met decoratief rond blad. Geschikte als ondergroei of bedekker van tijdelijk onbegroeide stukken tuin. In mei uitplanten. De bloemen kunnen decora in de sla of in de kruidenthee (trek geitenharen sokken aan).

Omhoog